Overzicht [[!cbRenderBlock? &method=`blockNewsDetail` &blockIdx=`0-1` &descriptionTitle=`RESULTATEN VAN HET EERSTE DCVA LEADERSHIP PROGRAM` &subTitle=`` &intro=`

Prof. dr. ir. Joost Lumens bracht samen met andere deelnemers van het DCVA Leadership Program de mogelijkheden en barrières voor de transitie naar proefdiervrije innovatie van cardiovasculair onderzoek in kaart. We moeten af van de term ‘proefdiervrij’, betoogt hij: ‘Dat werkt polariserend en belemmert de transitie.’

` &image=`/uploads/assets/crops/Desktop.16c4231c.verenigings_nieuws.jpg` &imageCredits=`Joey Roberts` &imageCaption=`` &imageAlt=`Portretfoto (kleur) Joost Lumens & Jolanda van der Velden` &content=`

Biomedisch ingenieur Joost Lumens ontwikkelde samen met Linda van Laake, cardioloog UMC Utrecht, en Dayenne Zwaagman, communicatiespecialist Amsterdam UMC, een streefbeeld voor proefdiervrije innovatie in het cardiovasculaire onderzoeksveld. Hiervoor brachten zij de mogelijkheden en barrières voor de transitie van proefdiermodellen naar proefdiervrije alternatieven in kaart. De resultaten van de inventarisatie zijn afgelopen voorjaar samengevat in de publicatie in Cardiovascular Research van hoogleraar Jolanda van der Velden, samen met hoogleraar Robert Passier opdrachtgever van het streefbeeld, waaraan het drietal heeft meegewerkt. Het streefbeeld wordt nu als advies gepresenteerd aan het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad).

Voorlopers

Lumens, Van Laake, Zwaagman en later ook Leids onderzoeker dr. Ilze Bot spraken met tal van experts op cardiovasculair gebied, zowel individuele onderzoekers als onderzoeksorganisaties. Daarnaast spraken ze met stakeholders zoals proefdierbelangenorganisaties, subsidieverstrekkers, ministeries en beleidmakers. Uit de interviews kwam naar voren dat het cardiovasculaire domein vooroploopt als het gaat om het zoeken naar alternatieven, zoals stamcelonderzoek, computermodellen en tissue engineering. Lumens: ‘Het hart is iets wat veel is onderzocht en wat we redelijk goed begrijpen, veel meer dan hersenen bijvoorbeeld. Het ontwikkelen en valideren van alternatieven, zoals hartkleppen of hartspierweefsel buiten het lichaam laten groeien, gebeurt al veel. We verwachten dat de komende vijf à tien jaar nog veel meer alternatieven voor proefdieronderzoek mogelijk worden, maar voor een aantal gebieden is dat irreëel.’

Complex probleem

 Lumens en collega’s constateren dat voor- en tegenstanders van proefdieronderzoek allemaal hetzelfde willen: kwalitatief beter onderzoek met zo weinig mogelijk gebruik van dieren. Lumens: ‘Er is geen wetenschapper die graag proefdieren gebruikt. Iedereen wil het beperken tot het minimum. Maar er zijn cardiovasculaire velden waar proefdiervrije alternatieven aantoonbaar niet of nauwelijks beschikbaar zijn. Een duidelijk voorbeeld is atherosclerose in de kransslagaders van het hart. Hiervoor wordt veel onderzoek gedaan in muizen. Men kent de tekortkomingen van de muismodellen, maar er is nog geen goed dierproefvrij alternatief ontwikkeld om de complexe pathogenese in de volle breedte van het onderzoek te kunnen bestrijken.’ Lumens werkt zelf met computermodellen van het hart. ‘Zodra een ziekte niet alleen de pompfunctie van het hart betreft maar meerdere systemen die op elkaar inwerken, dan is dat moeilijker om in een bakje met cellen of een computermodel na te bootsen. Het effect van de zenuwen, hormonen en de bloedstroom door een bloedvat is veel moeilijker te vangen in een alternatieve setting, petrischaal of wat dan ook. De multifactoriële complexiteit van het probleem zorgt ervoor dat de ontwikkeling van proefdiervrije alternatieven ingewikkeld en tijdrovend is.’

Multifactoriële complexiteit maakt de ontwikkeling van proefdiervrije alternatieven ingewikkeld en tijdrovend

Humane meetmodellen

Een van de belangrijkste aanbevelingen uit het streefbeeld is om niet meer het begrip ‘proefdiervrij model’ te hanteren maar de terminologie te heroverwegen en te wijzigen in bijvoorbeeld ‘humane meetmodellen’. Lumens: ‘Je haalt dan de focus weg van proefdieren en focust meer op het gemeenschappelijk doel dat we allemaal hebben: het ontwikkelen van modellen – of dat nu simulatie, weefsel in het lab is of een dierproef – waarvan de uitkomsten zo representatief mogelijk zijn om een ziektebeeld aan te pakken.’ Hieruit vloeit een andere aanbeveling voort: het streven moet niet per se zijn om volledig proefdiervrij onderzoek te doen. ‘Start de dialoog vanuit een gezamenlijke, breed gedragen ambitie. Bijvoorbeeld het streven naar betere wetenschap met minder gebruik van proefdieren.’

Polariserend

De term ‘proefdiervrij’ is ook vanuit ander oogpunt een hoogst ongelukkig woord, zegt Lumens. ‘Het schept valse verwachtingen en heeft een polariserend effect op de wetenschap en op de mensen die ermee bezig zijn.’ Het kan zelfs remmend werken op onderzoekers, betoogt hij. ‘Stel, je bent een onderzoeker op het gebied van hart en vaatziekten en je hebt altijd muizen gebruikt. Het maakt dan nogal uit of een subsidieverstrekker een call uitschrijft voor “proefdiervrij” onderzoek – dan zal deze expert zich buitenspel gezet voelen – of een call waarbij “humane meetmodellen” ontwikkeld moeten worden uit bestaand onderzoek. In dat laatste geval zal dezelfde expert zich dan geïncludeerd voelen. Het ergste wat je kunt bereiken is dat experts de hakken in het zand zetten. De kennis van juist deze mensen is essentieel voor de vermindering en verfijning van proefdieronderzoek.’

Brede verantwoordelijkheid

Lumens hoopt dat in de opleiding meer aandacht komt voor alternatieven voor proefdiermodellen om jonge onderzoekers op het juiste spoor te zetten en daarmee de transitie te versnellen. Ook benadrukt hij dat onderzoek moet plaatsvinden in interdisciplinair en multidisciplinair verband. Hij hoopt dat de DCVA dit als ‘harde eis’ opneemt in haar calls. Voor hemzelf was het samenwerken aan een actueel vraagstuk in een multidisciplinair team, kenmerkend voor het Leadership Program, bijzonder vormend. ‘Ik heb er heel veel van geleerd en mij door dit programma gerealiseerd dat wij als onderzoeker een veel bredere verantwoordelijkheid hebben; dat ons onderzoek ook een plek krijgt in de maatschappij. Een open deur? Ja, maar wel iets waarmee je als onderzoeker niet primair bezig bent. Je hebt als onderzoeker een plek in een groter geheel. Als ik dat mijn jonge team kan meegeven, kan dat tunnelvisie voorkomen en de impact van wetenschappelijk onderzoek vergroten.’

‘Een Netwerk Voor Het Leven’

Opdrachtgever prof. dr. Jolanda van der Velden vindt dat het ‘proefdieronderzoek’ goed is uitgevoerd. ‘Het is duidelijk dat alle partijen genuanceerd kijken naar het gebruik van proefdieren. Het onderzoek van Joost, Dayenne en Linda laat zien dat onderzoekers wel willen: zij bouwen enerzijds aan proefdiervrije innovaties, maar werken anderzijds nog met proefdieren. Soms krijg je het gevoel dat er twee kampen zijn met voor- en tegenstanders. Dat ligt veel genuanceerder. Het zijn geen gescheiden werelden en dat is een belangrijke boodschap.’ Als medeinitiatiefnemer van het Leadership Program ziet Van der Velden dat de deelnemers ‘waanzinnig veel’ geleerd hebben. ‘Door samen te werken leren zij veel over het complexe onderzoeksveld buiten het onderzoek dat ze zelf doen. Als je iets wilt veranderen aan bepaalde structuren kun je daar zelf invloed op hebben en daarbij heb je met allerlei stakeholders te maken. Dan is het goed die te kennen. Ik zie een groep mensen die uit verschillende disciplines komen, elkaar heel goed kennen en een netwerk voor het leven hebben opgebouwd. Veel mensen zijn inmiddels doorgeschoven naar een hoogleraarschap en hebben tegelijk affiniteit met de DCVA. Als onze ambassadeurs kunnen zij met hun acties de initiatieven van de DCVA verder brengen en met hun bredere blik eraan bijdragen dat de zorg daadwerkelijk beter wordt voor de patiënt.’


Over het Leadership Program

Met dit programma leidt de DCVA talentvolle onderzoekers, zorgprofessionals, patiënten en ondernemers op om wetenschappelijke ontwikkelingen in het cardiovasculaire veld te stimuleren. Deelnemers werken twee jaar lang aan actuele vraagstukken in een multidisciplinair team. Tegelijk werken ze met hun mentor aan het realiseren van hun persoonlijke ambities, zoals betere leiderschaps en ondernemersvaardigheden.
De eerste lichting van 15 talenten is gestart in 2020 en heeft zojuist het hele programma afgerond. Het onderzoek van Lumens en collega’s is een van de vraagstukken. Inmiddels is de tweede lichting halverwege het programma.
Meer weten over de achtergrond en de andere resultaten van het Leadership Program? Lees dan het artikel op de website van de DCVA en het eerder verschenen artikel hierover in De Cardioloog.
Zie dcvalliance.nl/talent/leadershipprogram en decardioloog.nl/ dcva.

Prof. dr. ir. J. (Joost) Lumens is biomedisch ingenieur en cardiovasculair onderzoeker bij het cardiovasculair onderzoeksinstituut CARIM, verbonden aan Maastricht UMC+.

Prof. dr. J. (Jolanda) van der Velden is hoofd van de afdeling Fysiologie van Amsterdam UMC en directeur van Amsterdam Cardiovascular Sciences. Zij is medeinitiator van het Leadership Program en was tot 1 januari 2022 voorzitter van de DCVA Talentpijler.

In deze rubriek leest u het laatste nieuws van de Dutch CardioVascular Alliance (DCVA) en DCVApartners: interviews over nieuwe initiatieven, updates van lopende projecten en portretten van onderzoekers. De eerder verschenen artikelen zijn te raadplegen op www.decardioloog.nl 

` ]] [[cbRenderBlock? &method=`blockRelatedItemsTagger` &blockIdx=`0-2` &title=`

Lees ook

` &type=`article` &tag=`` ]]