HOGERE SLAAGKANS ABLATIE NA BEHANDELING

Slaapapneu: een goed behandelbare risicofactor voor atriumfibrilleren

  • 6 min.
  • Medisch

Hoewel patiënten zelf meestal denken dat ze geen slaapapneu hebben, lijdt maar liefst 50 procent van de AF-patiënten die in aanmerking komen voor ablatie er wel aan, ontdekten onderzoekers van het MUMC+. Screening is tegenwoordig eenvoudig én bovendien wenselijk, want behandeling van slaapapneu verhoogt de slaagkans van ablatie aanzienlijk. Een gesprek met cardioloogelektrofysioloog prof. dr. Dominik Linz en artsonderzoeker Dominique Verhaert.

Illustratie (kleur) Slaapapneu
Beeld: Pascal Tieman

Op welke manier draagt slaapapneu bij aan atriumfibrilleren (AF)?

Linz: ‘Bij obstructieve slaapapneu valt de tong naar achteren, waardoor iemand tijdelijk niet goed kan in- en uitademen. Zo’n apneuperiode – vaak zijn het er meer dan dertig per uur – leidt tot desaturatie en een stressreactie. Wij toonden eerder bij gezonde varkens aan dat het simuleren van apneus door de bovenste luchtwegen te obstrueren, leidt tot een activatie van het vagale zenuwstelsel waardoor de refractaire periode van de boezem verkort. Door de stressreactie op de apneu raakt bovendien tegelijkertijd het sympathische zenuwstelsel geactiveerd. Zo kunnen er gemakkelijk overslagen optreden, die weer atriumfibrilleren kunnen uitlokken. En dat kan tijdens elke apneu gebeuren.’

Dus slaapapneu geeft vooral meer AF-periodes tijdens de slaap?

Linz: ‘Niet alleen dat, want bij chronische slaapapneu verandert de boezem ook structureel. Door rec

Maak een gratis account aan en krijg toegang tot alle artikelen

Account aanmaken

Heeft u al een account?